als je kind steeds boos is

De meeste kinderen worden door hun ouder(s) naar een coach gebracht. Vaak hebben ze een verschillende kijk op het probleem waar het kind mee zit. Aan de coach de taak om beide partijen bij elkaar te brengen. Met de ouder erbij is het (jongere) kind geneigd om correcte antwoorden te geven, in de zin van 'je verwacht dit antwoord waarschijnlijk van me'. In onderstaand voorbeeld is 'netjes doen' meer een containerbegrip dan iets om nu eens aan te gaan werken. 

De moeder van Raoul (7) hoort van school dat hij heel snel boos wordt. Hij vindt dat hem onrecht wordt aangedaan en dat meisjes de baas over hem spelen. Ook thuis is hij regelmatig erg boos. Ze weet niet goed hoe ze daar mee om moet gaan. Ze komen samen naar de praktijk.

"Van welke dingen word jij boos?" "Als kinderen lelijk doen, of me pijn doen." "En thuis?" "Als mama chagrijnig is." "Aha! Dan word jij boos?" Raoul knikt. "Helpt dat?" Hij haalt zijn schouders op. "Wat zou je kunnen doen in plaats van boos worden?" "Goed doen of het oplossen. Of netjes doen." Hij kijkt me aan en lacht. "Bij andere mensen kan ik wel netjes doen, maar bij familie niet!" "Dan plof je uit elkaar?" Hij lacht weer. 

"Boos zijn is soms ook wel lekker." Raoul kijkt me aan. "Ja," zegt hij, "er was op TV een meisje, dat haar meester had opgesloten, die vond dat zoooo lekker!" Ik lach. "En jij? Vind jij het altijd lekker?" Raoul schudt zijn hoofd. "Je zou daar wel wat aan willen doen?" Hij knikt. "Zullen we bij thuis beginnen, waar je soms niet 'netjes' bent? Wat zou mama denken dat haar helpt om niet chagrijnig te zijn?" 

Moeder: "Ik zou het fijn vinden als Raoul naar me luistert, dat hij zelf iets anders gaat doen dan computer of TV. En als hij naar school moet, dan moet er zoveel tegelijk gebeuren, hij moet dan zijn tanden poetsen, terwijl ik mijn schoenen zoek bijvoorbeeld. Ik zou het fijn vinden als hij dat dan uit zichzelf deed. En dan zonder zo agressief tegen me te doen."

"Ik heb een heleboel gehoord. Wat denken jullie dat goed is om het allereerste aan te pakken? Raoul: "Niet meer boos zijn." "Wat wil je wel zijn?" "Rustig en ook dat ik luister." "Oké, laten we kijken of er iets is dat je helpt om rustig te zijn en te luisteren. Pak die mand eens?" Raoul haalt een mand met speelgoeddieren. "Welk dier zou nou heel goed kunnen luisteren en ook nog eens heel goed rustig blijven?" Raoul pakt een paar dieren. "Een schildpad." "Ja, die is heel rustig, ja. En hoe zit het met zijn oren?" "Die zitten verstopt!" "Is dat handig voor jou?" Raoul lacht en legt de schildpad weg. "Kijk maar goed, er zit vast een dier tussen dat alle twee goed kan." Hij pakt een olifant met jong. "Dat zit wel goed met die oren!"

"Maar hij maakt soms wel veel lawaai!" zegt Raoul en hij legt de olifant weg. Onderin zit een kussen in de vorm van een hond. Hij kijkt hoe het kussen werkt. Hij maakt de klittenband vast en dan is het een echte hond. "Kan een hond goed luisteren en rustig zijn?" Raoul knikt. "Hoe heet hij?" Hij werpt een korte blik op het dier: "Stip!" "Ik snap het, hij heeft een stip bij zijn staart!" Moeder: "Wat leuk, je wou altijd al een hond!" Ze lachen. 

"Hoe gaat Stip je helpen?" "Als ik boos wordt, ren ik naar mijn kamer om hem te pakken." "Geweldig! En hoe nog meer?" Raoul aarzelt. "Als je nou in de keuken bent en  je moet aan tafel blijven zitten?" "Dan kan ik aan Stip denken." "En dan blijf je rustig? Heel goed! En hoe kan mama je helpen?" "Door Stip te halen." "Zij mag toch ook niet van tafel?!" "Ze kan 'Stip!' zeggen." "Aha, dan denk je er ook aan?" 'Dan blijf ik rustig.' 

"Nou, het is duidelijk dat Stip jou en mama kan helpen bij het denken aan minder boos worden. Hij mag een weekje uit logeren! Kom je hem volgende week terugbrengen?" 

Het is belangrijk om tot een werkbaar doel te komen dat door ouder én kind wordt onderschreven. En bijna nog belangrijker dat het werken aan een nieuwe vaardigheid een grote kans van slagen heeft. Hoe meer het kind het idee heeft dat het hem wel gaat lukken om iets anders te doen dan het gedrag waardoor hij steeds in de problemen komt, hoe groter de kans op succes en op zin om nog een probleempje te tackelen. Eén voor één aanpakken dus en beginnen met wat voor het kind het belangrijkst is en het meest haalbaar.