bioscoopbezoek

Bert is een uitstekende loodgieter. Zijn klanten zijn erg tevreden en hij staat erom bekend dat hij de moeilijkste vraagstukken op kan lossen. En toch zit Bert in een enorme dip. Hij heeft helemaal geen zin meer in zijn werk en ziet er tegenop op om nog 7 of 8 jaar door te moeten. Door het vele werken is hij zijn sociale contacten gaan verwaarlozen. En nu hij zich niet goed voelt wil hij niet telkens een zielig verhaal vertellen en zo zijn vrienden belasten.

Het enige wat hem op de been houdt is zijn liefde voor het zeilen. Hij heeft na veel wikken en wegen een klein bootje gekocht en nu knutselt hij in zijn vrije momenten vaak op de werf. Bert zou graag een plan hebben om naartoe te leven maar hij heeft geen idee wat hem gelukkig zou stemmen. Op een gegeven moment stel ik hem een speciale vorm van de wondervraag. 

"We zitten in de bioscoop en kijken naar een film over een man, achter in de vijftig. We zien hem in zijn werkplaats, met meer en minder plezier. We zien hem op zijn boot, aan het zeilen. ’s Avonds in de kajuit zit hij stil te genieten en als hij gaat slapen, rimpelt het beeld in de film, zoals dat gaat in films en we belanden in zijn droom." Bert knikt bij elke zin. "En nu moet je me helpen, want waar is hij terechtgekomen?" 

Bert lacht. ‘Oké, dat moet ik dus doen. Nou, hij zit op een boot, in een vreemde haven, hij is de boot aan het vertimmeren, hij vaart weer eens verder, hij is een beetje solitair, maar toch vrij sociaal. Hij maakt een praatje als er anderen aan komen varen, helpt ze met aanmeren, nodigt ze uit voor een borrel, misschien eten ze samen. Hij heeft misschien een maatje, man of vrouw, dat maakt niet uit. En hij is flinke stukken ook alleen, dan hoeft hij aan niemand verantwoording af te leggen. Hij heeft tijd voor boeken en films.'

"Is het een boot om op te wonen?" Bert: 'Het is wel een thuisbasis.' Stilte. 'Nou, hij heeft toch wel een vastere plek nodig. Een woning en een werkplaats, gescheiden van elkaar. Het is een simpele en prettige woning, met een paar mooie dingen, niet te vol. Wat schilderijen aan de muur.' "Wat zien we de man doen?" 'Hij leest boeken en de krant. En hij ontvangt er vrienden. Dat is een representatieve plek.' "Representatief?" 'Ja, niet iedereen heeft iets met een boot waar je je moet opvouwen.' "En heeft hij nog een werkplaats?" 'Die is los van de woning, om af en toe iets voor mensen te maken, of voor zijn bootje, of voor kunstzinnige knutsels.'

"We kijken dus naar een hele mooie droom... Dan wordt onze man wakker. Waaraan zien we dat hij zo’n mooie droom heeft gehad?" Bert: 'Ja, dat is moeilijk, ik doe hetzelfde als altijd.' "Zeker, dat doe jij. Maar wij in de bioscoop, wat zien we die man doen?" Bert kijkt naar boven. 'Over zijn droom nadenken…ontbijten…in zichzelf gekeerd…staarderig op de fiets, niet oplettend.'

"Mooie shot! Dat is de man op de ochtend na zijn droom: hij denkt veel na. Maar dan verschijnt er zo’n tekstblokje in beeld, je weet wel, met zo’n randje eromheen." Bert knikt. "Twee jaar later!!" Bert lacht. "De man ontmoet een goede vriend. Wat ziet die vriend aan de man?" 'Ja, hij ziet een ontspannen en gebruinde man, een beetje verweerd.' "En als de vriend hem vraagt wat hij gedaan heeft?" 'Dan heeft hij gaandeweg afgebouwd.' "Gaandeweg afgebouwd, aha!" Bert: 'Ja, iemand was enthousiast over zijn bedrijf en heeft het overgenomen. De man komt er nog regelmatig, ze hebben ook nog samengewerkt. Die vent snapt wat een goed geoutilleerde werkplaats is, hij is geen sloddervos, maar een geestverwant.' 

"De vriend ziet onderhand groen van jaloezie. Hij vraagt: wat doe je dan de hele dag?" Bert: 'Hij verveelt zich zelden. Alleen geprogrammeerde verveling.' "Eh?" Bert: 'Ja, bij drie dagen oversteek bijvoorbeeld, of bij dagen wandelen in Schotland.' 

"We hebben een goed beeld van het nieuwe leven van de man. Zijn er in jouw leven al momenten die daar op lijken?" Bert: 'Ja, als ik kan zwerven in de zomer en ’s winters aan de boot kan knutselen. In de zomer bedenk ik dan wat beter kan aan de boot en in de winter voer ik het uit. Dan hou ik op met nadenken en al duurt het vier dagen, ik zoek naar de oplossing.'

Het virtuele bioscoopbezoek brengt Bert op nieuwe gedachten. Hij bekijkt de elementen werken-wonen-vrije tijd met andere ogen. Door de focus te leggen op de kwaliteiten die hij inzet bij zijn boot, realiseert hij zich dat hij dezelfde strategie kan hanteren bij het bedenken van een plan voor zijn werk.